Johan Wambacq

verzamelt werk

info@johanwambacq.be

Johan Wambacq (Anderlecht, 1950) was werkzaam bij de Beursschouwburg (1974-1990) en het Kaaitheater (1993-2015), beide in Brussel. Tussendoor kort in reclame en uitgeverij. Is uitgever van het theatertijdschrift Etcetera (1983-).

Debuteerde als dichter in Het Liegend Konijn (2004). Gedichten verschenen in De Volksverheffing, Poëziekrant en De Brakke Hond. Werd genomineerd in de Poëziewedstrijd Oostende (2007-2008 – tweede prijs – en 2013-2014), de Poëzieprijs Melopee (Laarne, 2010) en de Turing Gedichtenwedstrijd 2015.

Publiceerde in 2009 Het paleis op de heide, een literaire documentaire over architect Maxime Brunfaut en diens sanatorium van Tombeek, een icoon van het modernisme in België. Rond het boek werd de tv-documentaire Publiek geheim – het sanatorium van Tombeek gemaakt (Canvas 2012).

Publiceerde in 2015 de bundel Seks, mystiek & urbanisatie, de gecondenseerde neerslag van ruim dertig jaar dichten.

Heeft nog een flink pak gedichten in petto, die hij mondjesmaat het licht laat zien. Op deze site kan u de vorderingen volgen.

Seks, mystiek & urbanisatie

Seks, mystiek & urbanisatie

Een royale bundel (136 bladzijden), bestaande uit drie afdelingen:

Seks, mystiek & urbanisatie
Gedichten uit de jaren 1980-2000. Over God en de Goede Hoer, over Brussel en het dak van de wereld, over de dood die ons omringt. Et cetera. Een handvol gedichten verscheen in Het Liegend Konijn.

Seks, mystiek & paralalie
Gedichten uit de jaren 2000. Paralalie is, leert Van Dale, ‘een spraakstoornis waarbij tijdens het spreken onbedoelde klanken worden geuit’. Poëzie dus.

Seks, mystiek & polyfonie
Gedichten uit 2009-2011. De dichter is ondertussen een charmezanger van rond de zestig. Een oude ezel die naar het gras van zijn jongste verzen staart. ‘Van roeping visionair, van nature scheel.’

De bundel Seks, mystiek & urbanisatie werd vormgegeven door Kris Demey.

Gedichten die stralen van taalplezier - ****
'... Deze gedichten stralen van een aanstekelijk taalplezier, dat alles mogelijk maakt. De gedichten van Wambacq zijn springplanken naar een onvermoede wereld.'
Maria Barnas over Seks, mystiek & urbanisatie, in de Volkskrant, 27 februari 2016

Zij maakt alles nieuw

 

De wereld staat kutvers te schitteren,

overal wordt gewerkt en geneukt,

loeien de zangers, wordt er gedanst.

 

In het hol van de liefde, bij het spek van de taal

woont de moeder, zij morst en geeuwt langoureus,

bloeien is bloeden en omgekeerd.

 

Niets vergeet zij, alles boekt zij,

zij zingt, schrijft brieven,

weet wat heimwee is.

 

 

Paralalie

 

Als ik zwem, waar op de oever blijft dan

mijn pak, kom ik weer op het droge?

 

Ik ben bang voor mystiek, mythologie,

religieuze metastase.

 

Van ideologieën klopt geen reet

en ook romans zijn onbetrouwbaar.

 

Ik ben op wandel en verkwansel mijn tijd.

Paradigma’s of parabels? Iedereen wil parallellen.

 

Ik oefen paralalie.

Paralaliederiedera.

 

 

Meisjes

 

De theoloog en ik zaten op een terras

en keken naar de mysterieuze meisjes,

hun golvende mystiek, het was

ongetwijfeld mei.

 

God, zei de theoloog, spreekt via meisjes,

zij zijn komma’s in Zijn eindeloze tijd,

toegift in Zijn zijn om niet. Hij keek

blij en ongetwijfeld.

Meisjes, zei ik, zijn gedachtestreepjes,

in hun eeuwenoude glimlach zijn zij

van zichzelf en werelds,

 

zij vatten voor het slapen gaan de wereld

samen, zie hun ogen stralen, zie ze tuimelen

van tijd tot tijd.

 

 

Het huis van de liefde 1

 

Ik woon met mijn beminde in een huis

of tien, in het eerste zingen krekels,

in het tweede is het altijd stil,

het derde is van zonnelichte zeden,

het vierde ligt in een verkaveling,

het vijfde zet een rug met stekels,

het zesde kwaakt binnen de ring,

op zeven liggen zeven zegels,

acht is in verwildering,

negen is de geest gewijd,

tien verkruimelt in de schemering –

in geen heeft men ons ooit gezien

 

 

De zangers van weleer

 

Ik sta hier op de brug over het kanaal,

de zon staat laag, mijn voeten doen zeer –

waar zijn de zangers van weleer?

 

Ik sta hier in mijn eigen reisverhaal,

de plot is vaag, of is er al niet meer –

waar zijn de zangers van weleer?

 

 

Dichtertje

 

De wereld kantelt

in zijn tegendeel,

het dichtertje ziet

in de scherven

een geheel en zingt

 

het ziet van weinig

veel en zingt – mooi

maar ietwat vals,

van roeping visionair

van nature scheel

 

 

De oude ezel

 

De oude ezel rent

niet meer, hij staart

naar het gras van

zijn jongste verzen

 

altijd valt er regen

in zijn verzen, moreel

verval in vrije regelval

hij graast traagzaam

 

en denkt met weemoed

aan de ezelinnen van ooit

die hij balkend besteeg

 

hij graast aandachtig

draagt lijdzaam zijn

trage juwelen